Wat is het verschil tussen Make en n8n in het kort?

Beide zijn platforms waarmee je systemen aan elkaar knoopt zonder alles zelf te programmeren. Je bouwt een workflow uit blokken: een trigger (er komt een nieuwe order binnen), een paar stappen (klant opzoeken, gegevens omzetten) en een actie (factuur aanmaken, bericht sturen). Visueel, met kant-en-klare koppelingen naar veelgebruikte pakketten.

Het grote verschil zit niet in wat je kunt bouwen, maar in drie andere dingen:

  • Hoe je betaalt. Make rekent per uitgevoerde stap, n8n per complete run van een workflow.
  • Waar het draait. Make is een clouddienst. n8n kun je als clouddienst afnemen, maar ook op je eigen server draaien.
  • Wie het beheert. Bij Make regelt de leverancier updates, beveiliging en beschikbaarheid. Bij een zelf gehoste n8n ben jij (of je IT-partner) daar zelf verantwoordelijk voor.

Wij bouwen workflows met Make en werken ook met n8n. Welke we adviseren hangt af van het proces en van wie het daarna moet onderhouden, niet van een voorkeur voor de ene of de andere tool.

Wat kost het, en waarom telt het prijsmodel zo zwaar?

Prijzen veranderen regelmatig, dus kijk altijd naar de actuele prijspagina's. Wat minder snel verandert, is het model achter de prijs. En dat model bepaalt of je rekening meegroeit met je gebruik of niet. De stand hieronder is gecontroleerd op 25 september 2026.

Make rekent in credits. Elke actie van een module in een scenario, zoals een rij toevoegen aan een spreadsheet of gegevens ophalen uit een mailbox, telt als één credit. Er is een gratis plan met 1.000 credits per maand en daarboven betaalde plannen (Core, Pro, Teams en Enterprise). Op het gratis plan draait een scenario hooguit eens per 15 minuten, op de betaalde plannen kan dat elke minuut.

n8n Cloud rekent per execution: één volledige run van een workflow, ongeacht hoeveel stappen erin zitten of hoeveel data er doorheen gaat. De plannen heten Starter, Pro, Business en Enterprise en verschillen vooral in het aantal executions per maand. Daarnaast is er de gratis Community Edition die je zelf host.

Wat betekent dat in de praktijk? Een simpele workflow met drie stappen die weinig draait, kost op beide platforms weinig. Het verschil ontstaat bij workflows die per run veel stappen zetten, bijvoorbeeld een lijst van 200 orders ophalen en voor elke order vijf dingen doen. Bij Make telt elke stap per order mee, bij n8n is het één execution. Omgekeerd: veel kleine, korte workflows die heel vaak draaien, zijn bij Make vaak prima betaalbaar.

Gratis zelf hosten klinkt aantrekkelijk, maar is niet gratis. Je betaalt voor een server, en vooral in tijd: updates, back-ups, beveiliging en iemand die opmerkt dat het ding stilstaat.

Waar staat je data, en maakt dat uit?

Voor veel mkb'ers is dit de vraag die de doorslag geeft, zeker als er persoonsgegevens door een workflow gaan, zoals klant- of personeelsdata.

Make draait in de cloud bij AWS en biedt hosting in de EU of in Noord-Amerika. Bij n8n Cloud staat de data volgens n8n in de EU, op servers in Frankfurt. Met een zelf gehoste n8n bepaal je het helemaal zelf: op een server in je eigen omgeving of bij een hostingpartij naar keuze.

Dat laatste is vooral relevant als je een klant, branche of eigen beleid hebt dat voorschrijft dat data je eigen omgeving niet verlaat. Heb je dat soort eisen niet, dan is EU-hosting bij een van beide clouddiensten voor de meeste bedrijven voldoende. Leg in beide gevallen vast welke data door welke workflow gaat; dat heb je hoe dan ook nodig voor je verwerkingsregister.

Welke is makkelijker om mee te bouwen en te onderhouden?

Make is over het algemeen toegankelijker voor iemand zonder technische achtergrond. De visuele editor is overzichtelijk en voor veel pakketten zijn kant-en-klare modules beschikbaar. Een collega die handig is met systemen kan na wat inwerken een bestaand scenario lezen en kleine dingen aanpassen.

n8n voelt technischer. Je kunt er ook veel visueel in bouwen, maar het platform nodigt meer uit tot eigen code-stappen en maatwerk. Dat is een voordeel als je complexe logica hebt, en een nadeel als straks niemand in je team die code nog begrijpt.

Denk daarom niet alleen aan wie het bouwt, maar vooral aan wie het over een jaar onderhoudt. Een workflow die alleen de bouwer kan lezen, is een risico. Hoe je voorkomt dat een workflow ongemerkt stilvalt, lees je in ons artikel over de eerste processen om te automatiseren; die aandachtspunten gelden voor beide platforms.

Hoe zit het met koppelingen en AI?

Beide platforms hebben een grote bibliotheek met koppelingen naar veelgebruikte pakketten, en beide kunnen via een algemene HTTP-module praten met elk systeem dat een API heeft. Of jouw specifieke pakket een kant-en-klare module heeft, verschilt per platform. Controleer dat per systeem voordat je kiest, want een ontbrekende module betekent extra bouwwerk. Op onze pagina met koppelingen zie je welke systemen we vaak aan elkaar knopen.

Ook op AI-gebied bieden beide platforms bouwstenen om een taalmodel of AI-agent een stap in een workflow te laten uitvoeren, zoals een binnenkomende mail samenvatten of classificeren. Dat is handig, maar het platform is hier niet de beperkende factor. De vraag is vooral welke beslissingen je een agent toevertrouwt en waar een mens meekijkt. Meer daarover op onze pagina over agentic AI.

Stappenplan: zo maak je de keuze

Loop deze vijf vragen langs. Meestal wijst het antwoord zich dan vanzelf.

  1. Welke systemen moeten er gekoppeld worden? Maak een lijstje en check per platform of er een kant-en-klare koppeling is, of dat je via de API moet.
  2. Hoeveel stappen zet een typische run, en hoe vaak draait hij? Veel stappen per run wijst richting n8n, veel korte runs zijn bij Make vaak prima.
  3. Zijn er eisen aan waar de data staat? Moet het in je eigen omgeving blijven, dan is zelf gehoste n8n de voor de hand liggende keuze. Is EU-hosting genoeg, dan kan het allebei.
  4. Wie beheert het straks? Geen eigen IT en geen beheerpartner: kies voor een clouddienst. Dat kan Make zijn, of n8n Cloud.
  5. Wat gebruik je al? Draait er al een platform met een paar werkende workflows, dan is dat vaak een reden om daarop door te bouwen in plaats van twee platforms naast elkaar te beheren.

Een voorbeeld om het concreet te maken. Een groothandel wil elke nacht alle nieuwe webshoporders ophalen, per order de klant controleren in het CRM en de order doorzetten naar de boekhouding. Dat is één run met per order meerdere stappen, en het aantal orders groeit. Hier telt het prijsmodel van n8n in het voordeel, zeker als er iemand is die het beheer oppakt. Een adviesbureau dat bij elk nieuw ingevuld contactformulier een taak in het CRM wil en een melding in Teams, heeft een korte workflow die af en toe draait. Dat is in Make snel gebouwd en goed over te dragen.

Wanneer is geen van beide de juiste keuze?

Soms is de vraag Make of n8n te vroeg. Als de data in je bronsystemen niet klopt, automatiseer je vooral fouten sneller. En als je dezelfde gegevens in vijf workflows opnieuw ophaalt en omzet, is een centraal datafundament vaak slimmer dan nog een workflow.

Ook als een pakket zelf al een goede ingebouwde automatisering heeft voor precies jouw proces, is het meestal verstandig die eerst te gebruiken. Een extern platform voegt dan vooral een extra plek toe waar iets mis kan gaan.

Hulp nodig bij de keuze?

Twijfel je tussen Make en n8n, of heb je al een paar workflows draaien die niet lekker lopen? We kijken graag mee naar je processen en systemen, en adviseren wat past bij je situatie en bij wie het straks beheert. Bekijk wat we doen op het gebied van workflow automation of lees hoe we werken.