Welke data levert je boekhouding op?
Boekhoudpakketten zijn in de eerste plaats gebouwd om te boekhouden, niet om te rapporteren. Toch zit er meestal genoeg in om een goed dashboard mee te bouwen. Denk aan verkoopfacturen, inkoopfacturen, contacten (klanten en leveranciers), grootboekmutaties en soms betalingsstatus. Afhankelijk van je pakket, je abonnement en de rechten die je account heeft, kan dat aanbod flink verschillen. Het ene pakket geeft je toegang tot losse factuurregels, het andere alleen tot totalen per factuur.
Voordat je gaat koppelen is het dus zinvol om eerst te checken wat er precies beschikbaar is via de API van jouw pakket, en of jouw plan en gebruikersrechten dat toestaan. Dat voorkomt dat je halverwege een project ontdekt dat een veld dat je nodig had, niet ontsloten wordt.
Werk je met Moneybird of Odoo? Dan hebben we vaak al ervaring met de specifieke velden en beperkingen van die pakketten. Kijk bijvoorbeeld naar onze koppeling tussen Power BI en Moneybird of de koppeling tussen Power BI en Odoo voor een concreet beeld. Gebruik je een ander pakket, dan is het principe hetzelfde, alleen de details verschillen.
Welke KPI's zijn zinvol vanuit je boekhouding?
Niet elk getal dat je kunt ophalen is ook een goed stuurgetal. Vanuit boekhouddata zijn vooral deze onderwerpen bruikbaar:
- Omzetontwikkeling per maand, klant of product, mits de facturen voldoende detail bevatten.
- Openstaande posten, zodat je op tijd ziet welke klanten laat betalen.
- Marge, als zowel verkoop- als kostenregels aan elkaar te koppelen zijn.
- Klantconcentratie: hoeveel omzet hangt af van een klein aantal klanten.
- Cashflow-indicatie op basis van openstaande in- en verkoopfacturen.
Het is verleidelijk om meteen tientallen grafiekjes te maken. Beter is het om te beginnen met twee of drie vragen die je echt helpen sturen, en die uit te werken met de juiste definities. De rest kan later.
Definities die je vooraf vastlegt
De meeste discussies over een dashboard gaan niet over de techniek, maar over wat een getal precies betekent. Leg daarom vooraf een paar dingen vast:
- Welke datum leidt. De factuurdatum, de verzenddatum of de betaaldatum kunnen alle drie een ander beeld van "omzet in deze maand" geven. Kies er één en houd je eraan.
- Hoe creditnota's meetellen. Trek je ze af van de omzet in de maand waarin ze zijn uitgegeven, of corrigeer je de oorspronkelijke maand? Beide zijn verdedigbaar, maar moeten consistent zijn.
- Omzet inclusief of exclusief btw. Voor sturing wil je vrijwel altijd exclusief btw rapporteren, maar het pakket levert soms bedragen inclusief aan. Check dit per veld, niet per rapport.
- Wat een "klant" is. Als dezelfde klant onder twee verschillende namen in het systeem staat, tel je hem dubbel. Dat vraagt om opschoning voordat je gaat koppelen.
Deze afspraken hoeven niet perfect te zijn, maar moeten wel ergens opgeschreven staan, zodat iedereen dezelfde taal spreekt.
API-toegang en rechten
Om Power BI automatisch te laten verversen, heb je toegang nodig tot de API van je boekhoudpakket. Dat betekent meestal dat er een koppeling of app-autorisatie aangemaakt moet worden, vaak door iemand met beheerdersrechten. Regel dit op tijd: als de persoon met de juiste rechten met vakantie is, ligt het project stil.
Let ook op wat de API wel en niet teruggeeft. Sommige velden zijn alleen zichtbaar met een hoger abonnement, en niet elk pakket geeft evenveel historische data terug in één keer. Vraag dit na bij je leverancier of test het vooraf, in plaats van ervan uit te gaan dat alles beschikbaar is.
Denk ook na over wie er straks bij de onderliggende data mag. Een dashboard met omzet per klant is gevoelige informatie. Regel rechten in Power BI net zo zorgvuldig als in je boekhoudpakket zelf.
Historische data en ververssnelheid
Een boekhoudpakket toont vaak vooral de actuele stand. Wil je trends laten zien, zoals omzet per maand over de laatste twee jaar, dan moet die historie ergens worden opgeslagen zodra je begint te koppelen. Wacht daar niet te lang mee: hoe eerder je historie opbouwt, hoe eerder je een bruikbare trendlijn hebt.
Voor de ververssnelheid geldt: kies een schema dat past bij hoe je het dashboard gebruikt, niet per se het snelst mogelijke. Wil je 's ochtends de cijfers van gisteren zien, dan is een dagelijkse verversing meestal ruim voldoende. Voor de meeste boekhoudkundige stuurinformatie is realtime zelden nodig en vaak onnodig complex om te bouwen en te onderhouden.
Dit soort keuzes maak je het beste als onderdeel van een breder data engineering-traject, waarin ophalen, opslaan en opschonen los staan van het dashboard zelf. Zo hoeft Power BI niet elke keer het zware werk te doen, en kun je later makkelijker een extra bron toevoegen.
Veelgemaakte valkuilen en een goede overdracht
Een paar dingen die vaak misgaan bij het koppelen van een boekhoudpakket:
- Direct koppelen zonder definities. Dan krijg je een technisch werkend dashboard waar niemand op vertrouwt, omdat de cijfers niet aansluiten bij wat de boekhouder rapporteert.
- Alles in één keer willen ontsluiten. Begin met de vraag die je het meest helpt, bijvoorbeeld openstaande posten of omzet per klant, en breid daarna uit.
- Geen rekening houden met rechten. Als de koppeling op naam van één persoon staat en die vertrekt, valt de verversing stil. Leg vast wie eigenaar is van de koppeling.
- Geen documentatie bij oplevering. Een dashboard zonder uitleg over de gebruikte definities en databronnen is lastig over te dragen aan een nieuwe collega of een ander bureau.
Werk je met een extern bureau, zorg dan voor een duidelijke overdracht: welke definities zijn gebruikt, hoe is de koppeling ingericht, wie heeft toegang en waar staat de documentatie. Dat is precies hoe wij het aanpakken in onze werkwijze: klein beginnen, snel iets werkends laten zien, en het geheel overdraagbaar opleveren met dashboarding die aansluit bij hoe jij stuurt. Kijk voor een concreet startpunt naar onze koppelingen-pagina, of bekijk de koppeling met Moneybird of Odoo.
